• Gitta
  • Jochem
  • Marco
  • Nico
  • Arthur

Als 4‑jarige zat Gitta met een oude gitaar van haar vader op een Amster­dams bal­kon en leerde van hem de eer­ste akkoor­den. Op de mid­del­bare school ont­dekte ze door haar oudere zus (met wie ze haar slaap­ka­mer deelde) de muziek van Joan Baez, Mela­nie en Bob Dylan.

 

Als tie­ner maakte ze de blits door met haar gitaar lied­jes te zin­gen op school­feest­jes en bij kamp­vuur­tjes. Ook de eer­ste prijs op een folk­fes­ti­val in Hoorn was een opste­ker. Daarna heeft ze samen met haar harts­vrien­din en diens Schotse vriend de band Can­well gefor­meerd. Een fan­tas­ti­sche ont­dek­kings­tocht in de Kel­ti­sche muziek was het gevolg.

 

Gitta kreeg belang­stel­ling voor oude instru­men­ten en oude muziek. De luit deed haar intrede en vele jaren bege­leidde ze zich­zelf bij oude Neder­lands en Engels­ta­lige lied­jes en nam ze klas­sieke zang­les. In Gal­maar­den, de baker­mat van de Bel­gi­sche folk, ont­dekte ze de draai­lier. Dit instru­ment werd een grote liefde, ook omdat je er niet alleen mid­del­eeuws reper­toire op kon spe­len maar ook heel veel andere stij­len. Zelfs Keltisch!

 

Als lid van de volks­mu­ziek­groep Alder­ley leerde Gitta ook de Oost-Euro­pese, jid­di­sche en oud-Neder­landse muziek ken­nen. Met de groep Schraap­staal (waar ze nog steeds in speelt) werd dit  reper­toire ver­der uit­ge­bouwd met Frans en balf­olk-reper­toire. Bui­ten­landse rei­zen volg­den met als hoog­te­punt de eer­ste én de publieks­prijs op het fes­ti­val in het Poolse Torun als beste zan­ge­res en (met Schraap­staal) als beste groep. Dit temid­den van pro­fes­si­o­nele Rus­si­sche, Hon­gaarse, Wit-Rus­si­sche en Oek­ra­ïense vir­tu­o­zen. Maar het publiek en de jury her­ken­den de blits!

 

Een paar jaar gele­den viel ze voor de nyc­kel­harpa en nu volgt ze nyc­kel­har­pa­les­sen bij Didier Fran­çois op de facul­teit oude muziek van het con­ser­va­to­rium in Mechelen.

 

Bij Arthur and  Friends zingt ze en voegt ze met haar instru­men­ten iets bij­zon­ders toe aan het geluid van de band.

 

Instru­men­ten:

Nyc­kel­harpa – Tage Lars­son (2009)

Gitaar – Tay­lor dre­ad­nought (2007)

Draai­lier – Denise Sio­rat (1997)

Jochem groeide op in een muzi­kaal gezin. Thuis ston­den veel instru­men­ten maar op 6‑jarige leef­tijd wist hij het al: hij wilde viool spe­len. Het over­brug­gen van de wacht­lijst bracht hem nog even naar de blok­fluit. Een han­dige keuze, want later bleek het bespe­len van een oca­rina slechts een peulenschil.

 

Op de muziek­school trof Jochem een viool­le­raar die aan­haakte bij zijn voor­liefde voor folk­re­per­toire en het spe­len uit het hoofd. Met een vriendje op djembé had hij zijn eer­ste suc­ces­volle optre­dens op Konin­gin­ne­dag. Jochem speelde ver­vol­gens klas­siek in ver­schil­lende jeugd­or­kes­ten, waar­on­der het AJSO. Veel inspi­ra­tie deed hij op tij­dens de fes­ti­vals van Sydmouth,  Saint Chartier/Chateau d’Ars en Gooik. Maar Jochem is niet alleen geïn­te­res­seerd in folk: inmid­dels is hij ook een lief­heb­ber van jazz.

 

Nog steeds speelt Jochem na wat hij hoort. Bij Arthur and Friends legt hij zijn ziel en zalig­heid vooral in de snelle jigs en reels, maar hij ont­plooit ook nieuwe talen­ten in het maken van mooie tweede stem­men en het bespe­len van de duim­pi­ano en (melo­disch) slagwerk. 

 

Instru­men­ten:

Viool – Jan Bašta (ca. 1915)

Duim­pi­ano – China (2020) 

Marco's liefde voor Ierse Kel­ti­sche muziek werd er al met de pap­le­pel inge­go­ten. Met zijn ouders thuis luis­terde hij naar muziek van Planxty, The Chief­tains en de Dubli­ners. Op zijn 8ste jaar leerde hij van zijn vader gitaar spelen.

 

Marco ont­wik­kelde een brede inte­resse in muziek en speelde 11 jaar lang bij het Pre­mier Drum­corps in Krom­me­nie op melo­disch slag­werk, met als hoog­te­punt de wereld­kam­pi­oen­schap­pen in Flo­rida met het Bos­ton Crus­a­ders Drum & Bug­gle corps. Ook heeft hij zich de Schotse doe­del­zak eigen gemaakt en gespeeld bij Pre­mier Pipes and Drums en de City­guards High­lan­ders uit Alkmaar. Marco speelt vaak Schotse doe­del­zak bij diverse eve­ne­men­ten en is dan gekleed in full high­land dress.

 

In de tus­sen­tijd inte­res­seerde hij zich meer voor tra­di­ti­o­nele Ierse muziek en is hij op zijn 21ste begon­nen op de Ierse doe­del­zak, de uil­le­ann pipes. Zijn eer­ste bandje waarin hij speelde, was Ban­gor uit het nabu­rige dorp Assen­delft waar hij een aan­tal jaar Uil­le­ann pipes en gitaar speelde. Daarna is Marco 13 jaar actief geweest bij Baloney Cel­tic Music uit Medem­blik waar hij zijn instru­men­ten­park uit­breidde met de Ierse bou­zouki, low en tin whistle.

 

Bij Arthur and Friends bespeelt Marco met veel pas­sie al deze instru­men­ten en is er de ruimte om zich muzi­kaal ver­der te ontwikkelen. 

 

Instru­men­ten:

Uil­le­ann Pipes (full set in con­cert pitch D) – Marc van Daal (1995)

Het hout van de pomp is gemaakt van een oud ledi­kant van Marc en één van de rie­ten uit het instru­ment komt bij hem uit de slootkant.

Ierse bou­zouki – Dan Dubowksi

Tin whistle – Tony Dixon in D

Low whistle – Chieftain

Gitaar – Craft­man wes­tern gitaar

 

Het eer­ste muzi­kale stapje van Nico was een korte blok­fluit­cur­sus op de lagere school. Daarna bleef het jaren­lang stil om dit te ver­wer­ken. Op zijn 15de kreeg hij een gitaar en daar­mee ging hij pop­lied­jes en veel van het reper­toire van Bou­de­wijn de Groot te lijf. Een paar optre­dens als bas­gi­ta­rist in een gos­pel­koor en een school­band waren het hoogtepunt.

 

Van een Ierse vriend leerde hij op zijn 20ste een aan­tal jigs en polka’s op de tin whistle en daar­door ont­stond de liefde voor Ierse folk­mu­ziek. Uil­le­ann pipes zou­den een logisch ver­volg zijn, maar er kwam bij toe­val een viool op Nico’s pad. Dat instru­ment opende veel muzi­kale rich­tin­gen en er volgde een ont­dek­kings­reis langs Kel­ti­sche, Neder­landse, jid­di­sche en Oost-Euro­pese folk. Nico speelde in de Almeerse volks­mu­ziek­groep Alder­ley en speelt nog steeds balf­olk-reper­toire en Neder­landse lied­jes bij folk­band Schraapstaal.

 

Hoe­wel de viool een aan­schaf van een set uil­le­ann pipes des­tijds had ver­hin­derd, bleef de doe­del­zak toch op de radar. Ken­nis­ma­king met Franse tra­di­ti­o­nele muziek leerde dat in dat land alleen al 8 types doe­del­zak­ken zijn te vin­den en via de stich­ting Draai­lier en Doe­del­zak kwam hij aan zijn 'cor­ne­muse du cen­tre'. Hij was 11 jaar bestuurs­lid van de stich­ting en stond met ande­ren aan de wieg van de web­site balfolk.nl.

 

Met Arthur and Friends, Cel­tic Music and More… is de cir­kel rond: het begon met Iers en er komt nog steeds meer moois bij.

 

Instru­men­ten:

Gitaar – Tay­lor dre­ad­nought (2007)

Tin whistle – Feadóg in D (1980)

Tin whistle – Schoha in C (1932)

Low whistle – Over­ton by Colin Gol­die in D (2003)

Viool – Onbe­kend uit Bohe­men (ca. 1905)

Cor­ne­muse – Frans Hat­tink (1992)

Arthur kwam al vroeg met muziek en dans in aan­ra­king. Hij raakte vooral geboeid door Oost-Euro­pese dan­sen en de gewel­dige rit­mes in die muziek.

 

Hij begon met dan­sen bij volks­dans­ge­zel­schap ‘Zajed­nica’, waar­mee hij jaren heeft opge­tre­den. Ver­vol­gens is hij een eigen groep gestart, ‘Stara-Krasna’ en daarna heeft hij nog enkele jaren bij ‘Tsa-Ier’ gedanst. Zijn dans­ta­lent werd opge­merkt en ten­slotte kwam hij terecht bij het Inter­na­ti­o­naal Dan­sen­sem­ble ‘Paloina’ waar hij jaren­lang met ple­zier én suc­ces heeft gedanst. Met Paloina trad hij op in bin­nen- en bui­ten­land, Enge­land, Israël, Aruba en veel van de lan­den bin­nen die driehoek.

 

Door omstan­dig­he­den kwam er nood­ge­dwon­gen een peri­ode van rust, maar wat in het lijf zit moet eruit en zo richtte Arthur zich op folk­mu­ziek en het bespe­len van per­cus­sie-instru­men­ten. Hij speelt in de band ‘Cat in the cor­ner' met Iers, Frans, Engels, Scan­di­na­visch en Neder­lands reper­toire. Ook heeft hij een tijd gespeeld bij ‘Kaproen’ met vooral mid­del­eeuwse, Engelse en Franse muziek. Daarna heeft hij met veel ple­zier vier jaar bij ‘Baloney Cel­tic Music’ gespeeld met vooral Ierse en Schotse muziek.

 

En nu is Arthur met een paar vrien­den en een vrien­din opnieuw een groep begon­nen. Geen dans­groep dit keer, nu alleen maar muziek. Maar wel Cel­tic Music and More… Arthur hoopt dat More… de weg opent naar een jig in 7/8 of een wals in 5/4 maat.

 

Instru­men­ten:

Bodhrán – Bren­dan White

Cajón – Sela

  • Gitta
  • Jochem
  • Marco
  • Nico
  • Arthur

Als 4‑jarige zat Gitta met een oude gitaar van haar vader op een Amster­dams bal­kon en leerde van hem de eer­ste akkoor­den. Op de mid­del­bare school ont­dekte ze door haar oudere zus (met wie ze haar slaap­ka­mer deelde) de muziek van Joan Baez, Mela­nie en Bob Dylan.

 

Als tie­ner maakte ze de blits door met haar gitaar lied­jes te zin­gen op school­feest­jes en bij kamp­vuur­tjes. Ook de eer­ste prijs op een Folk­fes­ti­val in Hoorn was een opste­ker. Daarna heeft ze samen met haar harts­vrien­din en diens Schotse vriend de band Can­well gefor­meerd. Een fan­tas­ti­sche ont­dek­kings­tocht in de Kel­ti­sche muziek was het gevolg.

 

Gitta kreeg belang­stel­ling voor oude instru­men­ten en oude muziek. De luit deed haar intrede en vele jaren bege­leidde ze zich­zelf bij oude Neder­lands en Engels­ta­lige lied­jes en nam ze klas­sieke zang­les. In Gal­maar­den, de baker­mat van de Bel­gi­sche folk, ont­dekte ze de draai­lier. De klank daar­van werd een grote liefde, ook omdat je er niet alleen mid­del­eeuws reper­toire op kon spe­len maar ook heel veel andere stij­len. Zelfs Keltisch!

 

Als lid van de volks­mu­ziek­groep Alder­ley leerde Gitta ook de Oost-Euro­pese, jid­di­sche en oud-Neder­landse muziek ken­nen. Met de groep Schraap­staal (waar ze nog steeds in speelt) werd dit  reper­toire ver­der uit­ge­bouwd met Frans en balf­olk-reper­toire. Bui­ten­landse rei­zen volg­den met als hoog­te­punt de eer­ste én de publieks­prijs op het fes­ti­val in het Poolse Torun als beste zan­ge­res en (met Schraap­staal) als beste groep. Dit temid­den van pro­fes­si­o­nele Rus­si­sche, Hon­gaarse, Wit-Rus­si­sche en Oek­ra­ïense vir­tu­o­zen. Maar het publiek en de jury her­ken­den de blits!

 

Een paar jaar gele­den viel ze voor de nyc­kel­harpa en nu volgt ze nyc­kel­har­pa­les­sen bij Didier Fran­çois op de facul­teit oude muziek van het con­ser­va­to­rium in Mechelen.

 

Bij Arthur and  Friends zingt ze en voegt ze met haar instru­men­ten iets bij­zon­ders toe aan het geluid van de band.

 

Instru­men­ten:

Nyc­kel­harpa – Tage Lars­son (2009)

Gitaar – Tay­lor dre­ad­nought (2007)

Draai­lier – Denise Sio­rat (1997)

Jochem groeide op in een muzi­kaal gezin. Thuis ston­den veel instru­men­ten maar op 6‑jarige leef­tijd wist hij het al: hij wilde viool spe­len. Het over­brug­gen van de wacht­lijst bracht hem nog even naar de blok­fluit. Een han­dige keuze, want later bleek het bespe­len van een oca­rina slechts een peulenschil.

 

Op de muziek­school trof Jochem een viool­le­raar die aan­haakte bij zijn voor­liefde voor folk­re­per­toire en het spe­len uit het hoofd. Met een vriendje op djembé had hij zijn eer­ste suc­ces­volle optre­dens op Konin­gin­ne­dag. Jochem speelde ver­vol­gens in ver­schil­lende jeugd­or­kes­ten, waar­on­der het AJSO. Veel inspi­ra­tie deed hij op tij­dens de fes­ti­vals van Sydmouth,  Saint Chartier/Chateau d’Ars en Gooik. Maar Jochem is niet alleen geïn­te­res­seerd in folk. Inmid­dels is hij ook een lief­heb­ber van jazz.

 

Nog steeds speelt Jochem na wat hij hoort. Bij Arthur and Friends legt hij zijn ziel en zalig­heid vooral in de snelle jigs en reels, maar hij ont­plooit ook nieuwe talen­ten in het maken van mooie tweede stem­men en het bespe­len van de  duim­pi­ano en (melo­disch) slagwerk. 

 

Instru­men­ten:

Viool – Jan Bašta (ca. 1915)

Duim­pi­ano – China (2020) 

Marco's liefde voor Ierse Kel­ti­sche muziek werd er al met de pap­le­pel inge­go­ten. Met zijn ouders thuis luis­terde hij naar muziek van Planxty, The Chief­tains en de Dubli­ners. Op zijn 8ste jaar leerde hij van zijn vader gitaar spelen.

 

Marco ont­wik­kelde een brede inte­resse in muziek en speelde 11 jaar lang bij het Pre­mier Drum­corps in Krom­me­nie op melo­disch slag­werk, met als hoog­te­punt de wereld­kam­pi­oen­schap­pen in Flo­rida met het Bos­ton Crus­a­ders Drum & Bug­gle corps. Ook heeft hij zich de Schotse doe­del­zak eigen gemaakt en gespeeld bij Pre­mier Pipes and Drums en de City­guards High­lan­ders uit Alkmaar. Marco speelt vaak Schotse doe­del­zak bij diverse eve­ne­men­ten en is dan gekleed in full high­land dress.

 

In de tus­sen­tijd inte­res­seerde hij zich meer voor tra­di­ti­o­nele Ierse muziek en is hij op zijn 21ste begon­nen op de Ierse doe­del­zak, de uil­le­ann pipes. Zijn eer­ste bandje waarin hij speelde, was Ban­gor uit het nabu­rige dorp Assen­delft waar hij een aan­tal jaar Uil­le­ann pipes en gitaar speelde. Daarna is Marco 13 jaar actief geweest bij Baloney Cel­tic Music uit Medem­blik waar hij zijn instru­men­ten­park uit­breidde met de Ierse bou­zouki, low en tin whistle.

 

Bij Arthur and Friends bespeelt Marco met veel pas­sie al deze instru­men­ten en is er de ruimte om zich muzi­kaal ver­der te ontwikkelen. 

 

Instru­men­ten:

Uil­le­ann Pipes (full set in con­cert pitch D) – Marc van Daal (1995)

Het hout van de pomp is gemaakt van een oud ledi­kant van Marc en één van de rie­ten uit het instru­ment komt bij hem uit de slootkant.

Ierse bou­zouki – Hora (2020)

Tin whistle – Tony Dixon in D

Low whistle – Chieftain

Gitaar – Craft­man wes­tern gitaar

 

Het eer­ste muzi­kale stapje van Nico was een korte blok­fluit­cur­sus op de lagere school. Daarna bleef het jaren­lang stil om dit te ver­wer­ken. Op zijn 15de kreeg hij een gitaar en daar­mee ging hij pop­lied­jes en veel van het reper­toire van Bou­de­wijn de Groot te lijf. Een paar optre­dens als bas­gi­ta­rist in een gos­pel­koor en een school­band waren het hoogtepunt.

 

Van een Ierse vriend leerde hij op zijn 20ste een aan­tal jigs en polka’s op de tin whistle en daar­door ont­stond de liefde voor Ierse folk­mu­ziek. Uil­le­ann pipes zou­den een logisch ver­volg zijn, maar er kwam bij toe­val een viool op Nico’s pad. Dat instru­ment opende veel muzi­kale rich­tin­gen en er volgde een ont­dek­kings­reis langs Kel­ti­sche, Neder­landse, jid­di­sche en Oost-Euro­pese folk. Nico speelde in de Almeerse volks­mu­ziek­groep Alder­ley en speelt nog steeds balf­olk-reper­toire en Neder­landse lied­jes bij folk­band Schraapstaal.

 

Hoe­wel de viool een aan­schaf van een set uil­le­ann pipes des­tijds had ver­hin­derd, bleef de doe­del­zak toch op de radar. Ken­nis­ma­king met Franse tra­di­ti­o­nele muziek leerde dat in dat land alleen al 8 types doe­del­zak­ken zijn te vin­den en via de stich­ting Draai­lier en Doe­del­zak kwam hij aan zijn 'cor­ne­muse du cen­tre'. Hij was 11 jaar bestuurs­lid van de stich­ting en stond met ande­ren aan de wieg van de web­site balfolk.nl.

 

Met Arthur and Friends, Cel­tic Music and More… is de cir­kel rond: het begon met Iers en er komt nog meer moois bij.

Instru­men­ten:

Gitaar – Tay­lor dreadnought

(2005)

Tin whistle – Feadóg in D (1980)

Tin whistle – Schoha in C (1932)

Low whistle – Over­ton by Colin Gol­die in D (2003)

Viool – Onbe­kend uit Bohe­men (ca. 1905)

Cor­ne­muse – Frans Hat­tink (1992)

Arthur kwam al vroeg met muziek en dans in aan­ra­king. Hij raakte vooral geboeid door Oost-Euro­pese dan­sen en de gewel­dige rit­mes in die muziek.

 

Hij begon met dan­sen bij volks­dans­ge­zel­schap ‘Zajed­nica’, waar­mee hij jaren heeft opge­tre­den. Ver­vol­gens is hij een eigen groep gestart, ‘Stara-Krasna’ en daarna heeft hij nog enkele jaren bij ‘Tsa-Ier’ gedanst. Zijn dans­ta­lent werd opge­merkt en ten­slotte kwam hij terecht bij het Inter­na­ti­o­naal Dan­sen­sem­ble ‘Paloina’ waar hij jaren­lang met ple­zier én suc­ces heeft gedanst. Met Paloina trad hij op in bin­nen- en bui­ten­land, Enge­land, Israël, Aruba en veel van de lan­den bin­nen die driehoek.

 

Door omstan­dig­he­den kwam er nood­ge­dwon­gen een peri­ode van rust, maar wat in het lijf zit moet eruit en zo richtte Arthur zich op folk­mu­ziek en het bespe­len van per­cus­sie-instru­men­ten. Hij speelt in de band ‘Cat in the cor­ner' met Iers, Frans, Engels, Scan­di­na­visch en Neder­lands reper­toire. Ook heeft hij een tijd gespeeld bij ‘Kaproen’ met vooral mid­del­eeuwse, Engelse en Franse muziek. Daarna heeft hij met veel ple­zier vier jaar bij ‘Baloney Cel­tic Music’ gespeeld met vooral Ierse en Schotse muziek.

 

En nu is Arthur met een paar vrien­den en een vrien­din opnieuw een groep begon­nen. Geen dans­groep dit keer, nu alleen maar muziek. Maar wel Cel­tic Music and More… Arthur hoopt dat More… de weg opent naar een jig in 7/8 of een wals in 5/4 maat.

 

Instru­men­ten:

Bodhrán – Bren­dan White

Cajón – Sela